Home Omhoog

De vroegste omschrijving van een goochelaar zoals wij die nu nog zouden herkennen is uit ca. 200 na Chr van de Atheen Alciphron:

"Er kwam een man naar voren die op een tafel met drie poten drie kleine schotels plaatste. Onder de schotels plaatste hij kleine steentjes, en dan, ik weet niet hoe, verschenen ze allen bij elkaar onder één schotel. Dan liet hij ze verdwijnen van onder de schotels en kwamen ze uit zijn mond. Daarna, nadat hij ze had ingeslikt, haalde hij een omstander naar het midden en haalde één steen uit de neus, een ander uit een oor en weer een ander uit het hoofd van de man die naast hem stond. Op het laatst liet hij de stenen verdwijnen, uit het zicht van iedereen. Hij maakte mij sprakeloos en mijn mond viel open van verbazing"

Hierna zwijgen de ons beschikbare bronnen. Maar het is niet waarschijnlijk dat er in de vroege middeleeuwen niet is gegoocheld. De truc met de steentjes zien we bijvoorbeeld in iets gewijzigde vorm terugkomen wat erop kan duiden dat deze truc in die tussentijd is blijven voortbestaan. De vroegste omschrijving van middeleeuwse goochelaars stamt uit de 2e helft van de 12e eeuw en komt uit een Frans versroman waarin een feest aan het hof omschreven is:

"Toen het hele hof verzameld was,
riep men alle speellieden van de streek bij elkaar.
Wat elk zijn specialiteit ook was,
ieder wilde daarbij zijn
In de zaal heerst grote vreugde.
Ieder kondigt aan wat hij kan.
Die huppelt, die springt en die tovert,
de ene fluit de ander musiceert…"

De volgende prachtige regels komen uit een Duits geschrift uit het begin van de 13e eeuw. Ook hier een soortgelijke omschrijving van een feest aan het hof:

"De ander laat door toverkunst verscheidene misleidende beelden verschijnen en tart door vingervlugheid van zijn handen de ogen"

 

Omhoog  

Afbeeldingen

Kerk en overheid

Hekserij

Wetenschap

Uiterlijk

Repertoire

Goochelspreuken

Goochelaarsleven