Home Omhoog

DE KERKELIJKE MACHT

De 12e eeuwse filosoof, theoloog, dichter en musicus Petrus Abaelard laat ons weten:

"Waarom roepen de machtige en de kerkelijke op de hoogste feestdagen, die eigenlijk ter ere van God zijn, speellieden, dansers, goochelaars en obscene zangers aan hun tafel (...) en belonen ze deze aansluitend ook nog met geschenken welke ze uit kerkelijk bezit bestemd voor de armen betalen waarmee ze offeren op het altaar van de demonen?"

Ach, te begrijpen is het eigenlijk ook wel. In het zeer eentonige godsvruchtige kloosterleven is een verzetje natuurlijk wel erg welkom! Het is dan ook wel vermakelijk om te zien dat er vele posten te vinden zijn in rekeningen van kloosters en geestelijken van uitbetalingen aan joculatores. Talrijk blijven ook de waarschuwingen en verboden vanuit de kerkelijke instantie op dit punt. Dat die niet voor niets waren bewijst de volgende opmerkelijke anekdote uit een Engels Benedictijner klooster. In 1224 kloppen daar tijdens enorm noodweer twee verdwaalde Franciscaner monniken aan de poort. Door hun vuile en oude kleding ziet de monnik die de poort opent hen aan voor joculatores (speellieden). Onmiddellijk ge´nteresseerd licht hij de prior in. De prior heet de gasten aan de poort hoogstpersoonlijk en vol goede zin welkom. Hij nodigt de "joculatores" uit om binnen te treden en om voor wat vertier te zorgen. Geschrokken geven de Franciscaners met benauwd gezicht te kennen dat zij niet tot zulk volk behoren. Nee, zij keren zich zelfs krachtig af tegen deze lieden! De Benedictijners komen daarop in actie en zetten eigenhandig de Franciscaners weer buiten en sluiten de poort voor hun neus.

DE WERELDLIJKE MACHT

Bij de wereldlijke macht was het in feite niet anders. Speelmankinderen werden geweerd uit de gilden. Speellieden mogen geen getuigenverklaring afleggen of een klacht indienen, kortom, ze zijn wettelijk rechteloos. Soms wordt er wel eens gedaan alsof er recht zou worden toegepast. In het oud Zweedse recht vinden we een ludiek voorbeeld. Bij doodslag van een speelman kon aan zijn erfgenaam alleen dan het weergeld (een soort boete, die de dader verplicht wordt opgelegd om aan het slachtoffer of nabestaande een genoegdoening te betalen) worden gegeven als hij in staat was een jonge ongetemde koe de heuvel aflopend bij de staart vast te blijven houden. Deze staart diende dan ook nog eens kaalgeschoren te zijn. O, ja en de verplichte handschoenen moesten van tevoren met olie ingesmeerd worden. Kortom een rechtvaardige manier om je recht te halen!

Toch nemen Vorsten en edelen voor korte of langere tijd joculatores in dienst wat blijkt uit de vele posten in de rekeningen bijvoorbeeld die van de Graven van Blois, 2e helft 14e eeuw:

"Item des manendaghes nader XI. M. magheden dach, te Berghen in Henegouwen, eenen man die vedelde, sinen wive, diere op sanc ende eene gokelaer. 8 st."

Samenvattend kun je zeggen dat men de levenswijze van (het gros van) de joculatores sterk afkeurde maar hun kunsten werden meer dan gewaardeerd. En eigenlijk is dat in onze tijd soms nog precies zo.

 

Omhoog  

Afbeeldingen

Van oudheid naar middeleeuwen

Hekserij

Wetenschap

Uiterlijk

Repertoire

Goochelspreuken

Goochelaarsleven