ornament

Late middeleeuwen

prehistorie

klassieke oudheid

vroege middeleeuwen

late middeleeuwen

16e eeuw

17e eeuw

18e eeuw

19e eeuw

Oudste middeleeuwse goochelaars

De vroegste omschrijving van middeleeuwse goochelaars stamt uit Frankrijk uit de 2e helft van de 12e eeuw:

“Toen het hele hof verzameld was, riep men alle speellieden van de streek bij elkaar.
Wat elk zijn specialiteit ook was, ieder wilde daarbij zijn.
In de zaal heerst grote vreugde. Ieder kondigt aan wat hij kan.
Die huppelt, die springt en die tovert, de ene fluit de ander musiceert…”

Walter van der Vogelweide (ca. 1170-1230) schrijft in één van zijn verzen:

“Vele die men ziet zijn als jongleurs, handig en beoefend in trucs en bedrog.
Zo zegt er één: Kijk! Wat zit er onder deze hoed?
Nu til hem op, daar is een havik met uitdagende geest
Til hem weer op en je zult een trotse pauw zien
Til hem nogmaals op en daar is een zeemonster!”

Deze volgende prachtige regels komen uit het begin van de 13e eeuw:

“De ander laat door toverkunst verscheidene misleidende beelden verschijnen
en tart door vingervlugheid van zijn handen de ogen”

De kerk

De kerk had bezwaren tegen teveel amusement. In 1234 wordt het geestelijken zelfs verboden zich in gezelschap van speellieden te vertonen. Het is dan ook wel vermakelijk om te zien dat er vele posten te vinden zijn in rekeningen van kloosters en geestelijken van uitbetalingen aan speellieden. De waarschuwingen en verboden vanuit de kerkelijke instanties over dit punt waren blijkbaar nodig. Dat bewijst ook de volgende opmerkelijke anekdote uit een Engels Benedictijner klooster. In 1224 kloppen daar tijdens enorm noodweer twee verdwaalde Franciscaner broeders aan de poort. Door hun vuile- en oude kleding ziet de broeder die de poort opent hen aan voor speellieden. Onmiddellijk geïnteresseerd licht hij de prior in. De prior heet de gasten aan de poort hoogstpersoonlijk en vol goede zin welkom. Hij nodigt de “speellieden” uit om binnen te treden en om voor wat vertier te zorgen. Geschrokken geven de Franciscaners met benauwd gezicht te kennen dat zij absoluut niet tot zulk volk behoren! De Benedictijners komen daarop in actie en zetten de Franciscaners direct weer buiten de poort.

Er is uit geschreven bronnen ook een geval bekend van een goochelende broeder namelijk Betson uit Engeland. Zijn laat 15e eeuwse notities zijn bewaard gebleven en hij moet de kwajongen onder de broeders geweest zijn. Hij schrijft:

“Neem een dunne haar, bijvoorbeeld van het hoofd van een vrouw, en maak deze vast aan een uitgeblazen ei. Je kunt nu het ei laten bewegen door het andere eind van de haar in je hand te houden. Niemand zal de haar zien omdat deze zo dun is. Je kunt zelfs het ei in een huis ophangen en vele mensen zullen denken dat het door niets in de lucht gehouden wordt. Of gebruik een beetje was om één eind van een haar aan een munt te verbinden, trek aan het andere eind van de haar en de munt zal bewegen en vele mensen zullen denken dat dit gedaan wordt door magie.”

De eerste afbeeldingen

Hieronder verschijnen alle middeleeuwse afbeeldingen van goochelaars. Allemaal 15e eeuws omdat de eerste van ongeveer 1420 is en de grens rond 1500 ligt. Als je een afbeelding kent uit deze periode die hier niet tussen staat dan wil Jannes dat heel graag weten!
We zien hierop verschillende goochelaars aan het werk. Ze dragen redelijk gangbare kleding voor hun tijd en zijn bijna altijd bezig met het bekerspel, de truc met bekers en balletjes welke we de Grieken en Romeinen ook al zagen doen. Vaak hebben ze een goochelstok (met eindjes) en soms een goochelbuidel. Ze treden vaak buiten op aan een tafel.

Goochelaars ontmaskerd

In Hattem ligt een 15e eeuws beduimeld Nederlands manuscript. Het staat vol met geheime recepten om bijvoorbeeld een zwart paard wit te maken, de dieren te kunnen verstaan of alle sloten met een magisch kruid te openen. Hoewel de kerk het voor het zeggen had geloofden veel mensen toch nog in oude magische zaken. Eén van de recepten luidt:

“Hoe een mensche sal verstaen alle gokelie ofte weten diemen doet”
(hoe je alle goochelarij zult begrijpen)

geheim recept

Hiervoor moet je Benedictuskruid (het heet nu nagelkruid) wassen met wijwater en zaaien op Sint-Jan (24 juni) tussen middag en namiddag. Als het opkomt pluk je het en stop je het in je mond… en dan;

“Ghij sult al sien hoemen doet”
(je zult precies zien hoe ze het doen)

Probeer het gerust een keer uit tijdens een optreden van Jannes! 

Jannes de Goochelaar historisch entertainer

© 2018 Jannes de Goochelaar