ornament

Klassieke oudheid

prehistorie

klassieke oudheid

vroege middeleeuwen

late middeleeuwen

16e eeuw

17e eeuw

18e eeuw

19e eeuw

Optreden voor de Farao

De eerste vermelding van een goochelaar staat in een Egyptische papyrusrol (het Westcar papyrus). We weten zelfs zijn naam: Djedi die 2600 jaar voor Christus voor de ogen van koning Cheops een gans onthoofde en de kop door middel van een goochelspreuk terug plaatste.

Hierna laat Cheops door Djedi zijn toekomst voorspellen. Als beloning krijgt Djedi 1000 broden, 100 kannen bier, een rund en … 100 bossen prei! Ook mag hij in het paleis van de prins komen wonen.

De goden een handje helpen

In Perzië werden zo rond 540 voor Christus priesters betrapt die via een geheime deur het geofferde voedsel voor de goden vanuit een verder verzegelde tempel meenamen. Door as op de vloer te strooien en de volgende dag de sporen te volgen liepen ze tegen de lamp.

In Alexandrië stond een hol standbeeld van een god. Een priester kroop erin en kon zo het beeld laten spreken. In een tempel in Pompeii kon de geheime spreker zich in een verborgen gang verstoppen. In de ruïne van een tempel in Alba (Italië) bevindt zich zelfs een heuse controlekamer. Hiervandaan liep een netwerk van spreekbuizen zodat de geluiden van de goden overal vandaan leken te komen.

Het moet voor de toenmalige toeschouwer werkelijk een goddelijke macht geleken hebben. Maar stiekem werden ze door de priesters overdonderd met theatrale goocheltrucs!

Grieken en Romeinen

Naast bovenstaande “religieuze” magiërs, waren er in de klassieke oudheid  ook goochelaars die als entertainer hun kunsten vertoonde. In het oude Griekenland in een theater in Oreus stond zelfs een bronzen standbeeld van de goochelaar Theodorus. Hij hield een klein steentje – een “psephoi” –  in de hand. Deze werden veel gebruikt om mee te goochelen en daarom werden goochelaars “psephopaiktes” genoemd. Hun Romeinse collegae werden Praestigiatores genoemd (Praestigiator betekent bedrieger).

De Griekse schrijver Alciphron schrijft in de 2e eeuw na Christus over een goochelaar in de pauze van een theaterstuk in de 4e of 5e eeuw vóór Christus:

“Er kwam een man naar voren die een tafel met drie poten neerzette en daarop drie kleine schotels (pasopsidas) plaatste. Onder de schotels legde hij enkele kleine witte steentjes, zoals je ze tegenkomt aan de kant van een snelle rivier. Op het ene moment verborg hij er één onder elke beker en op het volgende moment (ik weet niet hoe) lagen ze allemaal onder één beker en daarna liet hij ze van onder de schotels totaal verdwijnen en kwamen ze tevoorschijn tussen zijn lippen. Daarna slikte hij ze in en haalde hij enkele omstanders naar voren en haalde één steen uit een man zijn neus, een ander uit een man zijn oor en weer een ander uit een man zijn hoofd. Nadat hij de ze weer had opgepakt liet hij de stenen weer uit het zicht verdwijnen. Een zeer vingervlugge gentleman!”

Einde van een tijdperk

We naderen de val van het Romeinse rijk en de opkomst van het christendom. De bisschop Augustinus die leefde in die tijd (4e / 5e eeuw) rond de middellandse zee spreekt ineens minder lovend over goochelaars:

“En dus kijken de mensen aandachtig toe en letten zeer goed op de goochelaar die vrijelijk toegeeft enkel trucs te gebruiken.
(…)
De overwinning gaat altijd zowel naar kunde als kennis van de waarheid. Diegenen die de waarheid altijd aan de buitenkant zoeken zullen deze nooit vinden. Als men ons vraagt wat beter is, waarheid of bedrog antwoorden we met één stem dat waarheid beter is en toch zijn we zo laag gezonken dat we meer vasthouden aan grappen en spelen -waarin bedrog en niet de waarheid ons verrukt- dan aan de leefregels van de waarheid zelf.”

Jannes de Goochelaar historisch entertainer

© 2018 Jannes de Goochelaar